Bijdragen aan de FIFA en de World Cup
België en Nederland stonden aan de wieg van de wereldvoetbalbond FIFA (Fédération Internationale de Football Association) en hebben een lange en innige band met de wereldbeker.
Oprichting van de FIFA
Toen op 21 mei 1904 in de rue Saint Honoré in Parijs de FIFA werd opgericht, waren zeven landen vertegenwoordigd: België, Nederland, Denemarken, Frankrijk, Zweden, Zwitserland en FC Madrid (het latere Real), dat het Spaanse voetbal vertegenwoordigde.
Geïnspireerd door de Olympische beweging werd besloten de nationale voetbalbonden te verenigen. Het idee ontstond bij Robert Guérin, journalist bij Le Matin en penningmeester van de Franse sportbond. Hij kreeg meteen de steun van de Nederlandse bankier Wilhelm Hirschmann, die al in mei 1902 een aantal algemene regels opstelde. Hirschmann verstuurde ook een verzoek naar de Engelse voetbalbond om hun expertise ter beschikking te stellen en het leiderschap op te nemen, maar na een jaar wachten kwam er een negatief antwoord: ,,Wij zien het nut niet van zo’n federatie’’.
De zeven continentale bonden besloten hun eigen weg te gaan. In de statuten van de nieuwe organisatie (artikel 9) werden de exclusieve rechten opgeëist van de organisatie van een wereldbeker. Pas vijftien jaar later werd op het FIFA Congres in Antwerpen - op aandringen van de Fransen Jules Rimet en Henri Delaunay - het principe van zo’n toernooi aanvaard, maar het bleef voorlopig bij mooie dromen.
Begin van het WK
Het Olympisch voetbaltoernooi werd als het officieuze WK beschouwd, maar in 1924 en 1928 werd duidelijk dat dit evenement niet meer representatief was. De betere spelers (de profs) ontbraken immers.
Op het FIFA-congres van 1928 in Amsterdam werd daarom besloten onmiddellijk stappen te zetten voor de organisatie van een vierjaarlijks wereldkampioenschap. Er werd een WK-commissie opgericht en vijf landen meldden zich aan als kandidaat-organisator: Italië, Nederland, Spanje, Uruguay en Zweden. Een jaar later was het Rodolphe Seeldrayers, de Belgische vice-voorzitter van de FIFA, die op het congres in Barcelona de krachtlijnen van het nieuwe evenement uittekende. Het vijfkoppige organisatiecomité, met de Nederlander Hirschmann, kwam op 18 juli 1929 voor de eerste keer samen.
België en Nederland en de wereldbeker
De eerste wereldbeker werd aan Uruguay toegewezen. Het Zuid-Amerikaanse land vierde haar eeuwfeest en werd als Olympisch kampioen van 1924 en 1928 als de officieuze wereldkampioen aanzien.
Zestien landen mochten in 1930 naar Montevideo afreizen, maar er was in Europa weinig animo voor de verre reis over de Atlantische oceaan. Frankrijk reisde af onder druk van FIFA-voorzitter Jules Rimet en België, aangespoord door Seeldrayers, volgde dat voorbeeld. Joegoslavië en Roemenië schreven zich verrassend in. De andere Europese landen betoonden geen interesse, zodat het eerste WK slechts dertien deelnemers telde.
België vertolkte in Uruguay een figurantenrol. Er viel meer te vertellen over de drie weken durende zeereis dan over de daden op het veld. Toch ging de Belgische aanwezigheid niet onopgemerkt voorbij. De Antwerpenaar John Langenus werd de eerste scheidsrechter van een WK-finale, die gewonnen werd door het thuisland.
Langenus was present op drie wereldbekers en leidde zeven duels tijdens die eindrondes, waaronder dus de eindstrijd van 1930. Over die finale bestaat een geweldig verhaal. Zowel Uruguay als Argentinië zou voor de aftrap geëist hebben dat met hun bal werd gespeeld. ,,Wijs als Salomon besliste de scheidsrechter dat gedurende de eerste helft met de Argentijnse bal en in de tweede helft met de Uruguyaanse bal werd gevoetbald’’, schreef Adreano Galeano.
WK-deelnames
België en Nederland hebben een rijk WK-verleden. België nam aan elf van de achttien WK-eindrondes deel, Nederland was er acht keer bij. Sinds 1966 zijn de Lage Landen present op het vierjaarlijkse voetbalfeest.
Mexico 1986 was het hoogtepunt uit de geschiedenis van de Rode Duivels. Onder leiding van Guy Thys plaatsten Jan Ceulemans, Eric Gerets, Enzo Scifo en Jean-Marie Pfaff zich voor de halve eindstrijd. Diego Maradona loodste Argentinië echter naar de finale.
Nederland deed het zelfs twee keer beter. Zowel in 1974 als 1978 pakte Oranje zilver. In 1974 waren Johan Cruijff, Johan Neeskens, Ruud Krol, Willem van Hanegem en co de morele winnaars. De wereld zal hun ‘’Totaalvoetbal’’ nooit vergeten. Vier jaar later was Cruijff er niet bij, maar Oranje zou goud gewonnen hebben als net voor tijd een bal van Robby Rensenbrink niet de paal maar het doel had getroffen. Thuisland Argentinië haalde het in de verlenging.
In 1998 bereikte Nederland de halve eindstrijd, maar Brazilië bleek sterker in de strafschoppenserie.






Loading ...


Ruud Gullit