Oranje toppers op het wereldtoneel
De bekendste Nederlandse voetballer uit de vooroorlogse periode was Bep Bakhuys. Kort na de Tweede Wereldoorlog maakten Abe Lenstra en Faas Wilkes faam. Lenstra hield de buitenlandse topclubs af en bleef actief voor SC Heerenveen, maar Wilkes vierde successen met Inter Milaan, Torino en Valencia.
Vanaf de jaren ’60 waren de Nederlandse voetballers niet meer weg te branden van het internationale toneel. Johan Cruijff groeide uit tot de beste Europese voetballer aller tijden en in zijn spoor trokken heel wat Nederlandse topspelers naar grote buitenlandse clubs.

Cruijff gaf samen met Johan Neeskens en trainer Rinus Michels Barcelona een Oranje tintje. Eind jaren ’80 was het AC Milan dat Nederlands kleurde, met Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ruud Gullit. Nadien traden Patrick Kluivert, Winston Bogarde, Jaap Stam, Edgar Davids, Clarence Seedorf en Klaas-Jan Huntelaar in hun voetsporen.
Ook Barcelona bleef gecharmeerd door Hollandse spelers. Begin jaren ’90 was Cruijff coach en Ronald Koeman de man die de afweer stuurde. Nadien droegen jongens als Giovanni van Bronckhorst, Michael Reiziger, Philippe Cocu, Boudewijn Zenden, Marc Overmars en Mark van Bommel het shirt van de azulgrana.
Ook bij de Engelse topclubs zijn spelers met een Nederlandse paspoort tot op de dag van vandaag erg in trek. Jaap Stam (Manchester United) en Dennis Bergkamp (Arsenal) gingen Edwin van der Sar (Manchester United), Robin van Persie (Arsenal), Arjen Robben (Chelsea), Ryan Babel en Dirk Kuijt (Liverpool) voor.






Loading ...


Ruud Gullit